‘Van een beetje medemenselijkheid is nog nooit iemand slechter geworden.’

Taalvrijwilliger Agnes kwam bij Welkom in Utrecht terecht doordat ze elke dag vanuit haar woonplaats De Bilt langs het Star Lodge Hotel naar haar werk in Utrecht fietste. Daar zitten sinds de winter van 2020/2021 circa driehonderd asielzoekers.  ‘Ik word soms wat verdrietig van de wereld. En dan denk ik: Wat kan ik zelf doen, waar zit mijn “circle of influence”. Die hele migratieproblematiek is zo groot en zo ingewikkeld. Maar van een beetje medemenselijkheid is nog nooit iemand slechter geworden. In die zin vind ik Welkom in Utrecht wel een heel mooie club. De naam is goed gekozen. Dat is precies wat Welkom in Utrecht doet: een platform zijn voor al die soms gekke initiatieven van mensen om welkom te heten. Ik werk in het onderwijs, het HBO, en ik dacht: een taalcafé waarbij ik op locatie Nederlands aan mensen leer, dat is wel iets voor mij.’

En zo werd Agnes een van de eerste taalvrijwilligers in azc Star Lodge. Het COA had er destijds in allerijl een wat ongezellige cabine uit de grond weten te stampen voor de catering, want er was geen keuken. Daar startte Welkom in Utrecht diverse activiteiten, waaronder een taalcafé.

In praktijk betekende dit dat Agnes en andere vrijwilligers letterlijk tussen de etensresten zaten. Desondanks heeft Agnes er goede herinneringen aan. Haar eerste ‘taalmaatjes’ waren een man en zijn vrouw uit Turkije. Agnes legt uit wat zo’n taalcafé van Welkom in Utrecht inhoudt. ‘Je sluit zoveel mogelijk aan bij wat mensen zelf willen. Er wordt een lesmethode van WelnU gebruikt maar dat is meer een basis, om wat te hebben. Als vluchtelingen hulp willen bij wat anders of de taalvrijwilliger heeft andere ideeën, dan kan dat ook. Ik deed veel spelletjes. Die nam ik zelf mee. En een vriendin van mij was NT2 docent. Die had nog een andere methode liggen. Daar heb ik ook uit geoefend. Ik kon heel veel met dat Turkse stel lachen.’

Op een gegeven moment waren ze weg. Agnes: ‘Dat vond ik wel lastig. Zij was zwanger en ik had net via een app in de straat een halve uitzet voor de baby bij elkaar gesprokkeld. Ze moesten op stel en sprong naar een andere opvang, we hadden geen tijd om gedag te zeggen. Toen dacht ik: “Oh, zo gaat dat dus in de opvang van asielzoekers”. Ik heb nog wel een jaar ofzo appcontact met ze gehouden. Ik kreeg ook foto’s opgestuurd van hun baby, heel leuk.’

Na het Turkse echtpaar werd Agnes gekoppeld aan een echtpaar uit Egypte. ‘Dat was net in de tijd dat het heel onrustig was in de opvang. Mensen waren die catering zat. Ze wilden zelf koken, maar er was geen keuken. En er waren veel klachten over het eten. Er waren opstootjes…’

Ze denkt even na.  ‘Dat vind ik overigens wel knap van Welkom in Utrecht. Dat jullie daar niet in meegaan, maar gewoon jullie ding blijven doen. Inspirerend ook.’

Toen werd het zomer en ging Agnes op vakantie. ‘Dat voelde wat scheef ten opzichte van dat Egyptische echtpaar, dat daar maar in die opvang in dat kleine kamertje met hun volwassen dochter zat. Toen ik terugkwam ben ik met ze naar theehuis Rhijnauwen gegaan. We hebben daar gewandeld en zijn daarna buiten op het terras gaan zitten. Toen heb ik ze de opdracht gegeven dat ze appeltaart moesten bestellen in het Nederlands. Toen heb ik ze ook een soort tegoedbon gegeven om later weer appeltaart te eten bij theehuis Rhijnauwen.’ Ze lacht even. ‘Die hebben ze toen niet in de zomer gebruikt maar bewaard voor hun trouwdag. Heel schattig.’

Toen ook dit echtpaar overgeplaatst werd vroeg Agnes om een Spaanstalige vluchteling omdat ze wat Spaans spreekt. ‘Toen ben ik Nederlands gaan oefenen met een stel uit Latijns-Amerika. Zij is kunstenares, prachtige dingen maakt ze. Kijk’… Agnes scrolt op haar telefoon en laat een foto zien van een schilderij met felle kleuren, een zicht op Utrecht stad, met de Oude gracht en een brug. ‘Mooi toch?

‘Het was toen alweer winter, en het was koud. Ik heb toen winterjassen voor hen en hun twee kinderen georganiseerd, want die hadden ze niet. Mijn dochter wilde een jas op Vinted zetten omdat die net niet paste en toen dacht ik: “Als het meezit past die de moeder van het gezin precies. En dan heeft ze geen afdankertje maar gewoon een mooie goede jas. En jawel hoor”.’

‘Wat deze contacten mij brengen?’ Agnes denkt even na. ‘Dat geven leuker is dan krijgen. En dat weet ik wel. Maar toch. Op maandag heb ik vaak een drukke dag en als ik me dan ‘s avonds klaarmaak voor het taalcafé, denk ik soms weleens: pfoeh. Maar dan ben ik daar en dan is het leuk, is het gezellig, is het warm. Ik vind bubbel een stom woord maar wel handig in dit opzicht. Want ja, ik zit ook in mijn eigen bubbels. Maar bij zo’n taalcafé zie ik mensen die in zo’n andere situatie zitten. Dat zet me aan het denken, maakt mijn wereld groter. Niet dat ik naar hun situatie vraag overigens. Ik weet dat ze het zwaar hebben, maar verder praten we niet over de IND of hun vluchtverhaal, het verdriet. We praten over de kinderen, hoe het met hen gaat. Over leuke dingen. Ze krijgen wat leefgeld en daarvan kopen ze Latijns-Amerikaanse koffie. Want die is lekkerder dan de Nederlandse - vinden zij althans. Die nemen ze dan voor mij mee tijdens het taalcafé. In een speciale mok. Heel lief.’

‘Ik vroeg een keer wat ze nu echt graag wilden doen. Toen zeiden ze: “Nou, zelf koken”. Dat kunnen ze bij Star Lodge niet. Toen heb ik ze uitgenodigd om bij mij thuis pannenkoeken te bakken. We zijn ook een keer gaan fietsen, ook dat leek ze leuk. En we zijn met de kinderen naar de bibliotheek gegaan op het Neude. Die kinderen gingen helemaal uit hun dak vanwege al die boeken op de kinderafdeling.’

Inmiddels is ook dit gezin naar een ander azc verhuisd. Agnes wacht op een nieuw taalmaatje. En die zullen wederom een nieuw avontuur met zich meebrengen. Agnes heeft er in ieder geval zin in.

Wil je ook taalvrijwilliger worden bij een taalcafé op locatie van Welkom in Utrecht? Mail dan naar Hellen op hellen@welkominutrecht.nuT

Schrijf je in voor de nieuwsbrief